Home | februari 2006 »

31 januari 2006

rss: 50 voorbeelden in de praktijk

Was je nog niet overtuigd van de zin van rss? Op de Frankwatching weblog wordt een mooi overzicht gegeven van 50 toepassingen in de praktijk. Van het volgen van vacatures tot het onderhouden van contacten.

De topper is volgens mij feed43.com. Deze site maakt het mogelijk om elementen van een willekeurige website-pagina om te zetten naar een RSS feed. Op deze manier kun je dus echt daadwerkelijk alles wat er maar op internet staat (verandert) in RSS-formaat aangeboden krijgen.

alles over... xml

Tegenwoordig heeft bijna ieder bedrijf te maken met XML. XML (Extensible markup Language) is op technisch gebied een van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen tijd. XML is een opmaaktaal voor het structureren van tekst. XML is afgeleid van SGML en moet uiteindelijk HTML gaan vervangen. XML is een echte standaard.

In 1968 wordt SGML (Standard Generalized Markup Language) tot internationale standaard uitgeroepen. Ontwerpers kunnen hiermee hun eigen tags, structuur en regels maken. SGML is de voorloper van wat later XML zal worden. Het werd vooral gebruikt voor omvangrijke documentatieprojecten. De taal is redelijk gecompliceerd en moeilijk te beheersen. Rond 1990 wordt HTML ontwikkeld. HTML blijkt te beperkt voor omvangrijke internetapplicaties en SGML is te ingewikkeld en moeilijk in gebruik. XML is het alternatief. XML biedt een bruikbaar alternatief voor SGML en een aanzienlijke verbetering ten opzichte van HTML.

XML voegt iets toe, namelijk dat de verschillende informatiesoorten worden aangeduid, zoals dit is tekst, dit zijn getallen, dit is een plaatje enzovoort. XML is een metataal. XML beschrijft de structuur van een document. Hierdoor kun je binnen een XML document onderscheidt maken tussen verschillende elementen. XML zegt niets over de presentatie van een bepaalde tekst. Hiervoor zijn andere technieken nodig.

Door informatie in XML op te maken kan het gemakkelijk worden vertaald naar het formaat voor de mobiel of interactieve televisie. XML heeft als groot voordeel dat er een standaard mee wordt gecreëerd voor de informatie uitwisseling tussen elke willekeurige computer. Voorwaarde is dat de informatie naar XML wordt omgezet en aangeboden aan andere programma’s (SAP, Oracle, Lotus) en eenduidig kan worden herkend en verwerkt. XMl kan de plaats innemen van EDI.

Bij applicaties waar nog geen gebruik wordt gemaakt van XML moeten afspraken worden gemaakt over het formaat tussen de verschillende applicaties. Elke verandering in een database moeten zeer nauwkeurig worden bewaakt, en zijn in vele gevallen de oorzaak van veel problemen. Hier gaat XML een grote rol spelen. Omdat het met de juiste definities gebruikt kan worden om de inhoud van de berichten op een duurzame manier te definiëren. Er zijn XML editors zoals Stilo Webwriter of Xmetal.

alles over... hosting

Om een website te kunnen tonen aan de rest van de wereld heeft u schijfruimte nodig op een Internetserver. Die ruimte wordt gehuurd bij een hostingprovider. Hosting is het aanbieden van harde schijfruimte, die via Internet voor iedereen toegankelijk is.

U kunt kiezen voor een eigen server (grote sites) of u kunt een schijfruimte delen met andere partijen. Hierdoor bespaart u zich de kosten van een eigen server. Er zijn vele serversproviders. De meeste providers hebben hun servers ondergebracht in speciaal hiervoor ingerichte zeer goed beveiligde ruimtes. De diensten die u bij een hostingprovider kunt afnemen zijn vaak onderverdeeld in verschillende pakketten. De pakketten varieren van eenvoudig (enkele gulden per maand) tot zeer uitgebreide pakketten. U betaald voor een stuk schijfruimte maar ook voor het dataverkeer wat uw website genereert.

Let bij uw keuze in iedergeval op de volgende zaken; hoe is de helpdesk ondersteuning geregeld, hoe is de back-up geregeld, wat is het beschikbaarheidspercentage waarvoor men een garantie afgeeft en hoe is de beveiliging geregeld. Ook belangrijk is de ondersteuning van de zogenaamde scripts. Veel sites maken gebruik van PHP en CGI. Uw hostingprovider dient dit dan wel te ondersteunen.

alles over... webdesign

Minder is meer. Dit geldt ook voor het ontwerpen van websites. Hou vast aan de stelling dat een bezoeker binnen maximaal 5 stappen een antwoord op zijn of haar vraag moet hebben gevonden.

Een gebruikersvriendelijke toepassing voldoet vaak aan het KISS-principe. Keep It Simple Stupid. De indeling van de site moet voor de bezoeker logisch zijn. U moet niet teveel mogelijkheden en onderwerpen in de site opnemen. Probeer op de homepage het aantal buttons beperkt te houden tot een maximum van zes buttons of zes rubrieken.

Een van de meest gemaakte fouten is dat op de site de subrubrieken op de Homepage zo ongelukkig worden gekozen dat ze elkaar overlappen. Het is dan niet duidelijk of een bepaald onderwerp in het ene of de andere rubriek thuishoort.

Voor het plaatsen van tekst op een internetpagina geldt in belangrijke mate de volgende stelregel; probeer scrollen te voorkomen en probeer een internetpagina te beperken tot maximaal 150 woorden.

Het lezen van een scherm kost de lezer betrekkelijk meer moeite, dus:
• geen lange zinnen
• probeer bijzinnen te voorkomen door ze te veranderen in aparte zinnen
• maak korte alinea’s
• maak alinea’s herkenbaar door ze met behulp van witregels te onderscheiden
• vermijd de lijdende vorm (geen worden), begin dus geen zinnen met “er wordt,  of er is
• schrijf eventuele afkortingen voluit
• schrijf helder en begrijpelijk

Een aantal webdesigntips:
• plaats op elke pagina zichtbaar uw logo
• maak gebruik van alt-teksten
• hou uw site overzichtelijk
• maak gebruik van bewezen technologie (filmpjes, downloads)
• beperkt het aantal foto’s op uw site
• laat uw site door 5 mensen testen, zij maken 85% van de problemen inzichtelijk
• luister naar de gebruikers en biedt hen een terugkoppel mogelijkheid
• biedt een bookmark mogelijkheid
• laat de klanten via email (ecards) of sms over uw site aan vrienden informeren
• biedt een printmogelijkheid
• breng actueel nieuws – zet een datum en tijd op uw site
• begroet uw klant (indien mogelijk persoonlijk)
• maak gebruik van een nieuwsbrief mogelijkheid
• neem een rubriek “nieuw” op – dit verhoogt de actualiteitswaarde
• breng actueel nieuws
• stel iemand in uw bedrijf verantwoordelijk hiervoor
• verkoop exclusiviteitproducten – alleen via internet
• vernieuw uw site geleidelijk en niet in een keer radicaal
• laat uw doelgroep ervaringen uitdelen op uw site
• voorkom spelletjes en fun
• prijsvragen en veilingen zijn hot
• beloon de klant voor het terugkomen
• biedt de mogelijkheid om een persoonlijke site samen te stellen

alles over... projectmanagement

Het bedenken van een goed idee of concept neemt de minste tijd in beslag. In de trein of de auto onderweg naar huis komen de ideeën vaak naar boven. De kracht is om het ten gelde te maken in de praktijk, hiervoor is goed projectmanagement nodig. Ieder project heeft zijn eigen aandachtspunten. De projectmanager is primair verantwoordelijk voor de sturing van het project, het bewaken van het budget en tijdspad.

Voor de betrokkenheid en de snelheid van ontwikkelen is het van belang om een internetteam in één ruimte te laten werken. Hierdoor ontstaat het gevoel van “samen” werken. Doordat men van elkaar werkzaamheden op de hoogte is, worden verassingen voorkomen. Door de verschillende expertises bij elkaar te stoppen ontstaat er vaak begrip. Vaak is men niet op de hoogte wat er bij de verschillende werkzaamheden bij komt kijken.

Er zijn een aantal stadia die doorlopen worden bij de implementatie van een website. Voor de projectmanager de taak om al de verschillende expertise en mensen aan elkaar te koppelen.

1. Formuleren van doelstellingen (het management)
2. Concept ontwikkeling (het management / functioneel ontwerper / website managers / diverse betrokken binnen de organisatie)
3. Functioneel ontwerp (functioneel ontwerper)
4. Technisch ontwerp (technisch ontwerper / informatie analist)
5. Website bouw (informatie analist / website ontwikkelaars en designers)
6. Webhosting (hosting providers)
7. Website on-line (communicatie manager)
8. Website beheer en analyse (website manager / website beheerders)
9. Content Management (content manager)
10. Evaluatie en verdere ontwikkeling (website manager)

E= K x A x I
Het effect van een project wordt mede bepaald door de kwaliteit van de formulering van de doelstellingen en de kwaliteit van het Functioneel en Technisch ontwerp. Daarnaast is zowel de interne als externe acceptatie van groots belang. De eigen organisatie moet in zijn geheel mee in de nieuwe werkwijze. Dit vereist een gedegen en geplande communicatie. Het effect wordt tot slot ook bepaald door de mate van het gemak en de efficiency van de uiteindelijke implementatie

alles over... strategie

Waarom wilt u met een site op internet? Wat wilt u bereiken en wie wilt u bereiken? Wilt u meer verkopen aan bestaande klanten of wilt u nieuwe klanten opdoen?

Uit diverse onderzoeken komt regelmatig naar voren dat er zeer weinig bedrijven vooraf concrete doelstellingen formuleren. Doordat er geen expliciete doelstellingen worden geformuleerd, is er ook geen noodzaak voor resultaatmeting.

Zonder doelstellingen kan niet bepaald worden of internet binnen de organisatie wel of geen succes is. Om sturing te geven aan uw internet activiteiten dient u dus concrete en meetbare doelstellingen te hebben. De inzet van internet dwingt bedrijven om de core competence te herdefiniëren. Veel bedrijven hebben moeite als het gaat om het nemen van beslissingen, zeker als het de inzet van internet betreft. Een strategie moet komen van het management van bedrijven. Bij het ontwikkelen van een strategie moeten managers zich realiseren dat het al lang niet meer gaat over arbeid, natuur en kapitaal. Kennis, creativiteit en relaties zijn de nieuwe productiefactoren voor de 21ste eeuw. De marktwaarde van ondernemingen wordt niet meer afgeleid van de waarde in gebouwen, machines, cash, investeringen en uitstaand geld.

E-commerce is sterk relatie gericht. Uiteindelijk zal de klant bepalen wat er gaat gebeuren. Zorg ervoor dat je niet hetzelfde gaat doen als je concurrent maar dat je onderscheidend vermogen hebt. Bepaal waar je met de inzet van internet de nadruk op gaat leggen. Producten die steeds vaker via het internet worden verkocht zijn; verzekeringen, muziek, boeken, financiële diensten, ontroerend goed, beleggingen en reizen.

Internet heeft een viertal functies; een informatiefunctie, communicatiefunctie, transactiefunctie en een infrastructurele functie. Bij de communicatiefunctie is email essentieel. Bij het formuleren van een internetstrategie is het van belang om keuzes te maken in waar de site zich op gaat richten. Het beheersen van alle functies is onmogelijk.  Veel organisaties die e-commerce bedrijven leggen niet meer de nadruk op het fysieke product maar op de service-elementen rondom het product. De perceptie van een product wordt steeds belangrijk.

Een voorwaarde voor het bedrijven van e-commerce is "dynamic capabilities". Bedrijven zullen in staat moeten zijn om in korte termijn te kunnen veranderen. In de praktijk blijkt dit zeer moeilijk daar bedrijven vaak vast zitten aan het huidig denken in bestaande patronen. Bedrijven moeten zich gaan focussen op een van de onderstaande competenties:
• Efficiënt ondernemen, de nadruk ligt op het beheersen van de keten.
• Innovatie. Een bedrijf zal steeds met nieuwe ideeën moeten komen.
• Opbouwen van 1-op-1 relaties met klanten. Een technologie als internet maakt dit mogelijk.

Veel bedrijven gaan nog steeds op internet om “erbij” te horen, niet achter te blijven. Andere bedrijven bouwen een site omdat de concurrent ook op internet zit. Dit zijn natuurlijk geen goede uitgangspunten. Om sturing te geven aan uw internet activiteiten dient u concrete en meetbare doelstellingen te hebben.

• Verkopen, 24 uur per dag, via het internet.
• Verbeteren van de snelheid en efficiency.
• Verbeteren van de klantenservice.
• Kostenreductie.
• Klantentrouw vergroten.
• Onderzoek naar het profiel van uw klanten.
• Nieuwe klanten opdoen.
• Meer verkopen aan bestaande klanten.
• Een groter assortiment aanbieden.
• Het aantal telefoontjes van uw call center verminderen.
• Een servicedesk op internet openen.

alles over... domeinnamen

Wie het eerst komt wie het eerst maalt. Dit geldt voor het registreren van domeinnamen. Voor bedrijven zijn de .nl en de .com namen het meest interessant. Voor een .nl domein dient een uittreksel van de Kamer van Koophandel dan wel een certificaat van Benelux Merkenbureau te kunnen worden overlegd. Een .com domein kan ook door particulieren worden vastgelegd.

In Nederland is voor de registratie van domeinnamen in februari 1996 de stichting Internet domeinregistratie opgericht, te weten www.sidn.nl (Stichting Internet Domein Registratie.) Hier vindt u nieuws, informatie over wie en wat de SIDN is, wat de organisatie precies wel en niet doet. De feitelijke aanvraag van een domeinnaam moet worden ingediend bij een internet service providers (ISP) die is aangesloten bij deze stichting. Op de site van SIDN staat een complete lijst. Wat een gebruiker uiteindelijk betaald voor een domeinnaam is per provider afhankelijk, en ligt ergens rond de fl 150,- per jaar.

Wilt u weten of een domeinnaam vrij is ga dan naar www.checkdomain.com. In een domeinnaam mogen alleen letters, cijfers en het minteken voorkomen. Met een beperking dat het minteken alleen tussen twee letters en/of cijfers mag staan. Er geldt een minimum van twee en een maximum van 63 tekens. Een domeinnaam bestaat uit twee delen. Het bestaat uit een IP-adres en een naam in de Domein Naam Service (DNS). Bijna tweederde van alle domeinnamen vallen onder de .com. Het hebben van een .com naam is een groot voordeel.

Indien namelijk alleen het zoekwoord, bijvoorbeeld “auto”, in de browser wordt weergegeven zonder www ervoor en zonder extensie, zoeken de meeste browsers automatisch in dit geval www.auto.com op. Er wordt dus het eerst gezocht op een .com extensie. Als er geen .com is wordt er gezocht naar respectievelijk de .net, .org, .edu en .gov extensie.

Er zijn ongeveer tweehonderd landencodes, de zogenaamde ISO 3166 landencodes, deze zijn terug te vinden op de site van Network Wizard, http://www.nw.com/zone/ios-country-codes, of op de site van www.iana.org/cctld/cctld-whois.htm.  De landcode van het eilandje Tuvalu eindigt op .tv, van het eiland Niue is de landcode .nu.

pvda verkiezingsprogramma via google earth

leidenopdekaart.jpg

Geweldige toepassing van Google Earth: specifiek op lokatie toont de PvdA afdeling in Leiden haar verkiezingspunten. Erg mooi manier om voor de inwoners van Leiden daadwerkelijk in beeld te brengen waar de partij voor staat.

26 januari 2006

nederlandse google nieuws website

De 22ste regionale editie van Google News is sinds vandaag online: news.google.nl. In de VS is Google News de op drie na populairste nieuwssite. Met de Nederlandse versie van de nieuwszoeker kunnen gebruikers meer dan 400 Nederlandse nieuwsbronnen doorzoeken. (via: Emerce).

Ik ben benieuwd of de website nu.nl gaat verdringen.

24 januari 2006

.eu-domeinnamen checken

EURid, de organisatie belast met de verdeling van .eu-domeinnamen, heeft een WHOIS-register gelanceerd. In de databank kan bekeken worden op wiens naam een .eu-domeinnaam geregistreerd is (via: SOLV).

internet commercial: saab 9-5

Even een linkje met wel een erg mooi voorbeeld van internet-commercials:

http://www.lowetesch.com/showroom/saab/animalvision/GLOBAL/en/

De auto is te bekijken vanuit de ogen van dieren uit het wilde Zweedse dierenbos. Klinkt misschien flauw, maar is erg mooi vormgegeven (beetje gevoel van Blairwitch-project) en het houdt je echt bezig. Met geluid aan nog mooier.

20 januari 2006

taggen... wat is dat?

Onder internet-professionals is het de buzz van het afgelopen jaar (en blijft het dat waarschijnlijk ook nog wel even): Tagging.

Web 2.0
Tagging (ergens een ‘tag’, of ‘label’ aanhangen is een van de belangrijkste dingen op ‘het nieuwe internet’, wat ook wel Web2.0 genoemd wordt. Wat Web2.0 precies is, weet niemand heel exact te beschrijven. Het lijkt een soort hype-woord, dat op allerlei nieuwe dingen die op het Internet gebeuren wordt geplakt. Op Wikepedia (ook zo’n Web2.0 applicatie) is een artikel te vinden waar alle mogelijke interpretaties vrij nauwkeurig beschreven worden, net als de ontstaansgeschiedenis van de term ‘Web2.0’.

Hype?
Naast groot enthousiasme in de ‘internet-community’ ontstaat er natuurlijk ook een antipatie tegen zo’n buzzwoord, omdat dat al gauw verwordt tot een lege term, die overal opgeplakt kan worden. (zie bijvoorbeeld: hier (een ‘Web2.0-bashing weblog’:weblog, ook zo’n web2.0 ding) of hier (niet geschikt voor jeugdige surfers)
Een van de veel gebruikte Web2.0 applicaties is, zoals genoemd het ‘taggen’, of, beter nog: ‘social tagging’.

Wat is taggen? Bookmarken, maar dan meer
Het is mogelijk om van alles een label te geven (zie de illustratie hierboven), maar vooral digitale ‘dingen’ lenen zich hier goed voor. Bijvoorbeeld websites. Stel u bent aan het surfen, en u komt aan op een interessante site. Normaliter zou u die site opslaan in uw bookmarks, zodat de site makkelijk terug te vinden is. Mijn ervaring is echter, dat de hoeveelheid bookmarks al gauw onoverzichtelijk wordt. In de meeste browser kun je dan de bookmarks weer opslaan in een map (bijvoorbeeld: ‘theatersites’, waaronder u dan alle door u gebookmarkte theatersites kunt opslaan).
Een vrij aardige oplossing, maar ook hierin kan op een gegeven moment wildgroei ontstaan, of onduidelijkheid over de gebruikte terminologie (zo weet ik nooit of ik de internet telefoongids in de map ‘telefoon’ of in de map ‘handig’ moet zoeken, of de routeplanner onder ‘auto’ of onder ‘handig’).

Meerdere wegen die naar Rome leiden
Bij tagging wordt het ‘opsla’-proces omgedraaid: in plaats van dat de gebruiker een site (een ‘object’) ergens instopt, wordt er een ‘label’ aan de site gehangen. Het mooie daarvan is, dat het niet één label hoeft te zijn, en dat er dus ook niet maar één ‘route’ naar dat object (die site) toe is. Dat maakt de kans op een verkeerde afslag nogal groot.

Doordat er meerdere labels (tags) aan een object (bijvoorbeeld een site) gehangen kunnen worden, is deze site ook via al deze labels terug te vinden. Aan de routeplanner kunt u dan bijvoorbeeld de tags ‘handig’, ‘opzoeken’, ‘auto’, ‘route’, ‘kaart’, ‘plattegrond’ hangen. Als u nu aan een andere site (bijvoorbeeld Funda.nl) ook de tags ‘opzoeken’ en ‘handig’ heeft gehangen (naast natuurlijk ‘huis’, ‘kopen’ en ‘makelaar’) is er dus een overlap in de tags. Op deze manier ontstaan er deelverzamelingen (‘pools’, of ‘clouds’) van tags; en hun bijbehorende sites.

Hoezo ‘social’
Wat er nu gebeurt op websites waar deze tags worden opgeslagen (een groot bijkomend voordeel is dus dat u op elke computer kunt beschikken over uw ‘bookmarks’, thuis, op het werk, of op vakantie in een internet-café), is dat deze ‘deelverzamelingen’ niet alleen uit uw eigen tags ontstaan, maar ook met behulp van het tag-werk van anderen. Dus: stel u Funda.nl getagged heeft met ‘makelaar’. Iemand anders heeft dat wellicht ook gedaan, maar daarnaast ook nog een andere site (bijvoorbeeld Huislijn.nl). Op de tag-website komt deze informatie naar voren, zodat u dus eigenlijk van de kennis van een ander gebruik kunt maken om meer (huis-koop-)informatie te krijgen.

Natuurlijk is op de tag-website meteen ook te zien hoeveel mensen een bepaalde site van een tag hebben voorzien, wat veelal een indicator is van de relevantie van de betreffende website.

Naast dit ‘taggen’ van websites kunnen ook andere dingen getagged worden; bijvoorbeeld foto’s, muziek, goede voornemens, eten, ideeën, boeken, dingen doen etc etc. Hieronder een (zeker niet uitputtende) lijst van bekende tagging-sites.

Tagging-websites

  • del.icio.us: de bekendste site om sites te taggen (zoals hierboven beschreven)

  • diigo: ook een site-tagging site, maar dan met als meerwaarde dat de gebruiker ook aantekeningen op een site kan achterlaten; voor zichzelf of ook voor anderen (daarbij voegt deze site meteen ook de tags toe aan del.icio.us) (bèta).

  • Last.fm: een site waar je muziek kunt taggen (en waar zelfs je eigen muziek automatisch getagged wordt). Erg de moeite waard omdat je er niet alleen kunt taggen, maar ook daadwerkelijk gratis én legaal muziek kunt luisteren.

  • Flickr: een foto-tagging website. Gebruikers kunnen gratis (onder bepaalde voorwaarden) foto’s uploaden en taggen, waardoor ze makkelijker terug te vinden zijn. Een handige manier om foto’s met vrienden te delen.

  • digg: een site voor technologie gerelateerde tagging

  • 43things: een site met tags voor ‘dingen die je wil doen’

  • Instructables: een site waar je ‘dingen die je moet kunnen’ kunt taggen (bijvoorbeeld een band plakken)

  • Canadaid: als je in Amerika woont kun je hier je koeien laten taggen.

De meeste sites werken –zeggen ze zelf- vrij intuïtief, alhoewel dat wel een aangeleerde intuïtie is. Met andere woorden: het is wel even wennen; gewoon een kwestie van proberen. Verder leveren de meeste sites handige ‘plugins’ of add-ons mee, zodat je in je browser extra knoppen krijgt die het een stuk eenvoudiger maken om te taggen. Vooral de webbrowser Firefox (http://www.mozilla.com/firefox/) is erg handig als het gaat om dit soort uitbreidingen.

Privacy
Privacy lijkt bij al deze tagging-diensten ‘geen issue’ te zijn. Bij de meeste diensten hoef je echter alleen maar een account te creëren door een inlognaam, password en emailadres achter te laten. Tot zover heeft mij dat geen extra spam opgeleverd… maar wat er commercieel achter de schermen met mijn ‘tag-werk’ gebeurt blijft gissen…

11 januari 2006

rss wordt volwassen

RSS wordt een volwaardig marketingkanaal. Weblogs, uitgevers en media hebben RSS al lang ontdekt als een uiterst interessant nieuw kanaal. Maar in de Verenigde Staten heeft nu ook een bedrijf als DaimlerChrysler bekend gemaakt dat ze RSS ziet als onderdeel van de communicatiestrategie met klanten. Anderen zijn al weer een stap verder en bezig met het individualiseren van RSS-feeds.

Volgens Jupiter groeit het RSS-gebruik momenteel met 83% per jaar. Daarmee laat het zelfs de groei - in termen van adoptie - van destijds de internetbrowser ver achter zich. Er is dus echt iets aan de hand, hoewel RSS zich nog steeds voorin de adoptiecurve bevindt.

Gisteren werd bekend dat DaimlerChrysler drie zogenaamde hub sites heeft gelanceerd voor haar merken Dodge, Chrysler en Jeep. Op elk van deze sites wordt met RSS nieuws en beeldmateriaal van de automerken zelf, van mediasites en van autoblogs samengebracht. Van de fotoservice Flickr wordt fotomateriaal opgehaald.

Bezoekers van de site kunnen zich abonneren op de feed van de sites zelf of van specifieke kanalen op die sites. Sam Cannon, creative director bij het verantwoordelijke bureau Organic, onderstreept dat voor DaimlerChrysler vanaf nu geldt dat "RSS is a part of a communications strategy as a channel and as part of a larger communication strategy with customers". De autofabrikant hoopt dat mensen de sites gaan bezoeken maar heeft geen advertentiecampagne gepland om ze te promoten. "We're going to take advantage of the natural traffic that comes to the site at this time of year", aldus Cannon.

Bij deze campagne wordt ook gewerkt met een mobiele component. Mensen kunnen bellen om een audiobestand met een soort rondleiding door de auto naar hun MP3-speler te downloaden. Andere bedrijven vullen dat audiodeel anders in en kiezen zelfs voor een combinatie van blogs, RSS en podcast.

Even weer terug naar RSS. Volgens e-mail marketingbureau Silverpop kunnen marketeers op vier manieren hun voordeel doen met RSS:

  • corporate blog
  • syndicatie van web content
  • adverteren in andere blogs en nieuwsfeeds
  • andere vormen van communicatie: nieuwsbrieven, promotionele content en transactionele content

    Bovenstaande is een samenvatting van een artikel op www.frankwatching.com.

  • 10 januari 2006

    nieuwe plugin van google

    Wat deze plugin (welke helaas alleen voor Firebox beschikbaar is) doet, is de website die je bekijkt door zijn databases halen, en zien of er in enig blog (van blogger.com) commentaar is geleverd (of iets staat) over de website die je bezoekt. Als er in een blog iets over de bezocht website staat, verschijnt dat rechts onderin je beeldscherm.

    Naast het weergeven van bestaande commentaren op websites, kun je ook op elke willekeurige website die je bezoekt een commentaar leveren. Hiervoor moet je dan weer wel een blog bij blogger.com hebben (de blog-software van Google).

    06 januari 2006

    mobiele homepage actie

    Het begin van een nieuw jaar waarin ook in de internetwereld weer veel zal gebeuren. Eén van de veelgenoemde trends in 2006 is de verwachte groei van internet in combinatie met mobiele telefonie. Het nieuwe jaar leek ons een mooi moment om onze klanten hiermee kennis te laten maken. En daarom hebben we een speciaal nieuwjaarskado voor onze klanten geregeld: een GRATIS mobiele homepage!

    Wat is het?

    Steeds meer mobiele telefoons en smartphones zijn uitgerust met een internet verbinding. Reguliere websites zijn echter vaak moeilijk te bekijken op het kleinere scherm van een mobiele telefoon of PDA. Daarbij kan het zijn dat een mobiele website andere functionaliteiten kan bieden, die aansluiten bij dit medium. Het kan daarom verstandig zijn om uw eigen website geschikt te maken voor mobiele telefoons en PDA's.

    Hoe ziet dat er dan uit?

    Op de volgende link treft u een goed voorbeeld aan van hoe een mobiele homepage er uit kan zien: www.bbc.co.uk/mobile/web/emulator.shtml?Nokia_6600.

    Meer weten over mobiel internet?

    Basic Orange heeft voor u een aantal relevante links geselecteerd waar u aanvullende informatie vindt over mobiel internet:

  • mobile.emerce.nl/content
  • www.clickz.com/stats/sectors/wireless/article.php/3498106
  • www.bradenton.com/mld/bradenton/12318777.htm
  • www.clickz.com/experts/media/agency_strat/article.php/3501636
  • www.mediafact.nl/comments.php?id=10203_0_1_0_C

  • 05 januari 2006

    zoekmachine wordt zoekmens

    Onderstaand artikel heb ik voor de Emerce geschreven op 12 februari 2005, maar is nog steeds erg relevant en wil ik jullie daarom niet onthouden:

    Maar liefst driekwart van de initiële bezoekers arriveert op een website via een zoekmachine. Het lijkt dan ook logisch dat websites hier in grote mate rekening mee houden. Dit is in de praktijk echter vaak niet het geval, constateert Maarten Dirksen van Basic Orange Internet Communicatie in de Emerce Estafettecolumn. Hij geeft enkele richtlijnen.
    Wanneer u zoekmachines succesvol wilt gebruiken voor het vergroten van het aantal bezoekers aan de website, zijn drie vragen belangrijk: wordt mijn website gevonden, wordt mijn website aangeklikt en tenslotte: blijft een bezoeker op mijn website hangen?

    De eerste vraag wordt alom erkend. Men wil graag op trefwoorden tevoorschijn komen en past hiervoor bepaalde technieken toe. Hier gaat het vaak al fout: dit lukt namelijk niet door deze trefwoorden in de verborgen ‘meta-tags’ te plaatsen en de website daarna aan te melden bij de belangrijkste zoekmachines. Wat ook niet werkt is het gebruik van frames of zogenaamde meta redirects, query strings of splash screens, want je website wordt hiermee niet eens geïndexeerd en dus zeker niet gevonden. Het kan nog erger: wanneer u herhaaldelijk gaat aanmelden, de website vol propt met steekwoorden of onzichtbare tekst plaatst, staat hierop de zware straf van het daadwerkelijk verwijderd worden uit een zoekmachine.

    Wat werkt dan wel? Een zoekmachine lijkt tegenwoordig steeds meer op een echte bezoeker, en beoordeelt de inhoud van een website op basis van gebruiksvriendelijkheid en nuttige informatie. Daarbij ‘kijkt’ een zoekmachine met name naar de titel van de pagina, zichtbare content, links vanaf andere websites (vinden andere websites u de moeite waard?), een schone pagina opbouw en positionering van content. Allemaal zaken die ook al van belang zijn voor de daadwerkelijke bezoeker.

    De vraag of de website ook wordt aangeklikt nadat deze in de lijst van resultaten is verschenen, wordt nauwelijks gesteld. Terwijl dit een minstens net zo belangrijke volgende stap uitmaakt van een succesvol resultaat. Leuk om gevonden te worden, maar wanneer niemand op uw website klikt heeft u er alsnog niets aan. Hier is gelukkig snel en eenvoudig grote winst te behalen: geef pagina’s een duidelijke titel en beschrijving, en uw website springt er meteen uit. Vooral bij dynamische websites mist dit vaak.

    Dan de laatste vraag. Of een bezoeker op de website blijft hangen, wordt in eerste instantie bepaald door een goede eerste indruk. Hoe vaak klikt u niet meteen weer ‘back’ omdat u niet gecharmeerd bent van wat u ziet? Daarom: goed design, helderheid, overzichtelijkheid, direct tonen van nuttige informatie en genoeg mogelijkheden om verder te navigeren.

    Uit bovenstaande blijkt dat u een zoekmachine eigenlijk gewoon als een mens mag beschouwen, die uiteindelijk terecht wil komen bij een gebruiksvriendelijke, inhoudelijke en kwalitatief goede website. Voldoet de website hieraan, dan is hiermee de kans groot dat u dankzij zoekmachines een groter aantal bezoekers mag verwachten.

    Meer hierover heb ik nog in een Powerpoint-presentatie gezet (in november 2005).